Inloggen

Reeënbronst in beeld – Beeldverslag van Bas Worm in de Jager #7 2019

Voor reewildliefhebbers het hoogtepunt in het reeënjaar: de bronsttijd. Een periode die in het teken staat van gierende hormonen, concurrentiestrijd en een hoog energieverbruik. Fotograaf Bas Worm maakte dit beeldverslag.

Na de activiteitspiek in het voorjaar neemt de zichtbaarheid van de dieren weer af. In juni zie je vrijwel alleen geiten en kalveren. De bokken zijn aan het opvetten voor de bronst en weinig actief, op het controleren van hun territoriumgrenzen na. Territoriale bokken doorkruisen regelmatig hun hele territorium, oude bokken markeren vaak alleen nog het centrum. Lange tijd werd gedacht dat de bronstperiode in juli/augustus slechts een soort schijnbronst was. De daadwerkelijke bronst zou in het najaar plaatsvinden, net als bij edel- en damherten. Inmiddels weten we dat dit niet zo is, het overgrote deel van de geiten en smalreeen wordt in de tweede helft van juli bronstig, sommige al eerder. Het voordeel van deze relatief vroege bronst is dat het ree – dat als kleine herkauwer veel afhankelijker is van eiwitrijk voedsel dan edelherten – in de periode na de bronst de verloren gegane energie kan aanvullen met eiwitrijk voedsel dat dan nog voorhanden is.

Om te voorkomen dat kalveren vervolgens in de (na) winter geboren worden als de voedsel- en klimaatomstandigheden op hun slechts, kent het ree als enige hoefdier een ‘diapauze’: de ontwikkeling van de bevruchte eicel in de baarmoeder stopt na een beperkt aantal delingen (Blastula-stadium). Pas in december wordt de embryonale ontwikkeling voortgezet zodat in mei, als de voedselomstandigheden optimaal zijn, de kalveren ter wereld komen. Geiten en smalreeën die tijdens de zomerbronst niet bevrucht zijn, kunnen in het najaar opnieuw een eisprong krijgen. Na bevruchting volgt dan nog geen diapauze. Uit het veld is bekend dat geiten tot op hoge leeftijd (circa 11 jaar) kalveren kunnen blijven zetten

Als een bok een bronstige geit (of smalree) drijft, dan gebeurt dat volgens de literatuur vaak in een cirkel of achtvorm, maar ik heb dat zelden waargenomen. Zoals de meeste zoogdieren zijn reeen niet monogaam, wat ook blijkt uit de volgende observatie: nadat een geit was beslagen door een bok, stak ze een greppel met pitrus over, om daarna in hetzelfde graslandperceel door de aangrenzende territoriumbok ook meermalen beslagen te worden. Beide bokken hadden visueel contact, maar blijkbaar vormde de greppel de grens tussen hun territoria zodat de actie van de geit niet tot schermutselingen leidde. Kortom: het observeren van reeën tijdens de bronst i en blijft een boeiend en soms verrassend schouwspel. Niet in de laatste plaats omdat het gedrag van het ree zelden ‘volgens de boekjes’ verloopt.



Bron: Jagersvereniging | 02-08-2019

Terug naar jachtnieuws